In de maat van de zee

Uitgeverij P, 2019
Uitgeverij P, Nieuwe gewijzigde druk: maart 2020

Bestel bij Uitgeverij P – klik op de afbeelding –
of bij uw lokale boekhandelaar.
Momenteel in herdruk met opname gedichten M.

In de maat van de zee jagen vissers liederen na, wassen handen vol stroop zich in onschuld – ze blijven plakken. Lieve Desmet deint op de golven, dicht van oud zeer en nieuwe horizonten. De zee is brandpunt, einder en bedding. Ze haakt er gedichten aan vast als gefileerde tijd: het zijn zorgvuldig gecomponeerde vignetten die overstromen van leven.

Een waslijn wordt een laatste vesting tegen de storm, brandglas kleurt een leven, stilgevallen als wind. Daar knipogen souffleuses, ze rapen op wat tussen de plooien viel. De spiegel wordt uit de eieren geroerd, dagen als desserten uitgedeeld. Verzinsels wroeten er in te dichte wouden, gebladerte beschermt als uitheemse handen de oren tegen het gejakker van de dag. Baders nestelen zich, de rug gekeerd naar ’t binnenland. Steeds ruist in de ritmische zinnen de zee, raast ze, krijst ze, spoelt onverwijld thuis aan.

Recensies

De ‘maat van de zee’ is alvast een bijzonder treffende titel voor wat de lezer hier onder ogen krijgt. De zee geldt als een beeld voor de deining van het leven, met eb en vloed als metaforen voor de verbinding van verleden en heden. Die zee wordt zo het decor voor een aantal observaties en jeugdherinneringen. Het is een bij uitstek symbolische ruimte, met water en zand maar ook de oneindigheid van de lucht. (…) De vele, sterk visuele beelden dragen bij tot dat gevoel van transformatie, het behoedzaam omzetten van het leven in een taal die tegelijk herkenbaar is en mysterieus blijft.
Dirk De Geest – MappaLibre.be – 2019

Ruim anderhalf decennium na de publicatie van de bundel ‘De bedauwde ruimte’ (2003) tekent Lieve Desmet opnieuw present met ‘In de maat van de zee’. Tegen de achtergrond  van de  nooit eindigende beweging van eb en vloed, van komen en gaan, van nabijheid en verte deinen de gedichten van toen ( de kindertijd die wordt gememoreerd) naar nu, geven ze vorm aan de blijvende zoektocht naar houvast, nopen ze als het ware tot een ‘kijken zonder het masker van de tijd’ (uit het gedicht : de berm’). Lieve Desmet projecteert deze thematiek verder doelbewust op de vraag in hoeverre de woorden toereikend zijn en blijven. In het gedicht ‘mijn branding’ wordt het overbekende beeld van het putjesgraven op het strand metafoor voor de onderneming die in wezen de hele bundel schraagt: ‘de put gaapt in het strand / aast op mijn woorden – ik ouder met de taal / scharrel in een mondvol jeugd waar grootmoeder / als in een toeval spreekt over verloren brood’.  Sterk hoe Desmet hier speelt met de taal, net als in andere verzen die ik heb aangestreept: ze heeft het over ‘haar prooibaar lijf’ (uit: ‘voor een dochter’), over ‘woorden uit de bolster schrijven van deze rauwe tijd’ (uit: ‘tegendraads’). Vaak zijn de overpeinzingen gesteld in termen van strijd, zie   het ‘prooibare’ lijf, of het mooie gedicht ‘zoon’, waarin te lezen staat dat een ‘zij’ de jongen leert een zwaard te snijden uit hout: ‘de krijger kerft zijn initialen in de schede / hij klemt zijn droom vast aan de greep, zet zich /schrap voor het gevecht in de arena’.  Of, aangrijpend in zijn eenvoud, het gedicht ‘gewet’ waarin de vertwijfeling en eenzaamheid van een bejaarde wordt beschreven: ‘ze schuift in afgesloten gangen / haar lichaam voor zich uit / spelt met bloed haar onteigende grond // (…) // in deze doofstomme dagen kerft ze / in het vel en snijdt op zoek naar grip / een wonde’.  Intimistisch is dan weer het beeld dat, met een terugblik op de kindertijd,  opgeroepen wordt van de zorgende moeder in ‘de waslijn’: ‘zij jaagt met zon op vlekken speelt met wind / ze draagt de mand naar binnen stuurt ons / dan weer vers de laan uit’. Het licht dat hier meespeelt wordt in het er direct op volgende gedicht aanwezig gesteld in ‘het licht van de abdij’, over de vaderfiguur en het afscheid dat naakt: ‘straks spreken letters in steen / over een leven stil gevallen als wind / blijf ik in éénzang / zijn vreemd besnaarde kind’. Die éénzang, de alleenheid van de ik spreekt ook uit het gedicht ‘Warandepark’, dat eindigt met dit vers: ‘in mijn hoofd eiland ik voorgoed’. De bundel ‘In de maat van de zee’ bevat een aantal treffende gedichten, die de lezer ongetwijfeld weten te raken. 
Jooris van Hulle – Kunsttijdschrift Vlaanderen – 2020

Het loonde de moeite om vijftien jaar te wachten op een nieuwe bundel van Lieve Desmet. In In de maat van de zee lezen we poëzie die tot volle maturiteit is gekomen. Sensibiliteit, subtiliteit en intelligentie kenmerken haar vakmanschap dat nooit de indruk van routine geeft: elk woord in haar gedichten werd uitgekiend, de thematische gelaagdheid erin is verfijnd, doordacht. 
Alain Delmotte – De Boekhouding – 2019

 “In de maat van de zee” is onlangs op aanschafinformatie aangeboden aan de openbare bibliotheken met de volgende tekst: ‘In de maat van de zee’: 42 gedichten van Lieve Desmet. Hoewel de titel doet vermoeden dat de gedichten over de zee gaan, werpt de dichter vele onderwerpen op: buffet, zoon, veertien, dans en tegendraads zijn
enkele titels. De woorden zijn aaneengesmeed op een originele, maar niet eenvoudige manier. Elk gedicht vormt een ingenieuze constructie. Het gaat om doordachte woorden, elk woord dient een zin en opent deuren naar nieuwe vondsten en conclusies, bijvoorbeeld: ‘dagblind leefden ze de tijd voorop / achter coulissen katten / aan het venster van de nacht’. Gedichten van Desmet kun je niet slechts één keer lezen; je moet de woorden doorslikken, vervolgens laten doordringen en er lang over nadenken. Ondanks de gecompliceerde zinnen leidt het lezen tot een zekere, positieve verslaving. De poëzieliefhebber wil de bedoeling weten en daarop een eigen gedachte bouwen. ‘In de maat van de zee’ is dus geen avondvullende bundel; elk gedicht moet gedoseerd worden. Eén gedicht per dag zal juist voor de ‘geoefende poëzielezer’ voldoende zijn. Voor de poëzieliefhebber een verrassend originele bundel.
Recensent R.J. Blom – NBD Biblion – 2019